Wat kan de boer doen en wat levert het op?

De presentatie van de eerste resultaten van Living Lab naar herstel van de biodiversiteit wekt interesse én roept vragen op over de bruikbaarheid.

Onderzoekers, boeren en andere betrokkenen troffen elkaar op woensdagavond 15 februari op de Hazelaarshof in Kekerdom. De vier promovendi van de Radboud Universiteit presenteerden daar hun bevindingen van de eerste twee jaar onderzoek. In het Living Lab Ooijpolder-Groesbeek wordt onderzocht hoe de bestaande pilots en initiatieven de biodiversiteit in het gebied hebben verbeterd. Inmiddels is een heel netwerk aan deelnemende boeren en grondeigenaren, onderzoekers en geïnteresseerden ontstaan. Tijdens de bijeenkomst was de sfeer geanimeerd en waren de aanwezigen nieuwsgierig naar de resultaten. De onderzoekers van hun kant dankten de deelnemers, dat zij onderzoek mogen doen op hun bedrijven. Aan het eind van de avond gaven zij een tasje met lokale biertjes aan elke deelnemer.

Insecten

Robin Lexmond onderzoekt de hoeveelheid en diversiteit aan insecten op 24 locaties in Ooijpolder en Duffelt. (Zie het blog-bericht “Insecten tellen” voor een beschrijving). Zij presenteerde haar eerste resultaten met indrukwekkende getallen; 152.253 insecten geteld met een totaalgewicht van 4,3 kg. Ze vangt meer insecten (biomassa) bij hagen dan bij bloemenstroken en daar weer meer dan op plaatsen zonder landschapselementen. Afgelopen jaar heeft ze ook vlinders en hommels geteld op twee vergelijkbare routes in de Ooijpolder en de Duffelt. De vlindertellingen kwamen met elkaar overeen, maar er werden duidelijk meer hommels in de Ooijpolder waargenomen. Robin weet dat er veel informatie in de grote hoeveelheid data zit. Dat gaat zij nader analyseren en toetsen.

Er klonk bewondering uit de zaal over de omvang van haar onderzoek. Uit veel vragen bleek dat de aanwezigen flink met haar mee dachten. Waarom zijn in 2022 meer insecten gevangen dan in 2021? Zijn de resultaten te vergelijken met landelijke gegevens? Neem je naast landschapselementen ook andere factoren, zoals landgebruik, mee in de analyse? Hoeveel variatie kun je verklaren en welk model gebruik je daarbij? Uit deze interactie bleek de serieuze belangstelling bij betrokkenen voor het onderzoek van Robin. Die kan zij als positieve feedback mee terug nemen naar het lab.

Bodemsensor

Het onderzoek van Rosa Boone naar de bodembiodiversiteit maakte veel reacties los bij de aanwezige boeren. Rosa onderzoekt het bodemleven in akkers en graslanden. Zij inventariseert welke organismen er in de bodem zitten (bacteriën, schimmels, springstaarten, etc.) en wat daarbij de condities zijn (koolstof en stikstof, pH, organische stof etc.). De veronderstelling is dat een rijk bodemleven weerstand geeft aan stressfactoren en bijdraagt aan een goede productie van landbouwgewassen. Rosa onderzoekt welke gassen door het bodemleven worden uitgestoten en of dat mengsel iets zegt over de toestand van het bodem. Ervaren akkerbouwers ruiken aan de bodem of die ‘gezond’ is. In analogie wil Rosa een sensor ontwikkelen die ‘ruikt’ wat de toestand van de bodem is. Zie ook het eerdere blog-bericht "Ruiken of de bodem gezond is".

Na haar presentatie van de voorlopige resultaten waren er veel vragen uit de zaal. Boeren waren geïnteresseerd in de sensor, mits die informatie geeft waar je iets mee kunt doen. Kan de sensor een stressfactor opsporen die je anders over het hoofd ziet? Het heeft bijvoorbeeld weinig zin om via de sensor te vernemen dat het te droog is, want dat zie je zo wel. En kan de sensor voorspellen wat zich in de bodem gaat afspelen? Rosa heeft nog een berg werk voor de boeg, met analyses, vergelijkingen met andere onderzoeken en aanvullend veldwerk.

Voorwaarden voor een biodiverse landbouw

Bibi Witvliet heeft een heel andere focus van onderzoek. Zij wil achterhalen onder welke voorwaarden een boer in staat is om meer natuurlijke rijkdom op het land te krijgen. Ze bestudeerde 47 wetenschappelijke publicaties uit 17 landen en haalde daar belangrijke factoren uit. Die bundelde ze in 10 richtlijnen of routes naar biodiversiteitsherstel. Die hebben betrekking op de inpasbaarheid in de dagelijkse boerenpraktijk, op kennisnetwerken en verdienmodellen en op wetten en regels. Haar volgende stap is om deze kennis in de praktijk te toetsen en om te leren wat hier in het verleden goed of fout is gegaan. Zij nodigde de aanwezigen nadrukkelijk uit om de ervaringen met haar te delen en te praten over begaanbare routes voor verbetering van de biodiversiteit.

Er kwamen kritische reacties uit de zaal, vooral over het moeizaam verloop van een aantal projecten. Als voorbeeld werd het project Veldleeuwerik genoemd. Daarin werd voor natuurlijker beheer een meerprijs voor de akkerbouwproducten gegeven. Die betere prijs kon na enkele jaren niet meer worden gegarandeerd en het project stopte. Een ander kritiekpunt van de aanwezige boeren was dat biodiversiteit slechts één van de problemen is waar de landbouw momenteel mee worstelt.

Complexe problemen

Dat is het punt dat de volle aandacht heeft van Sabine Baumgarten, de vierde onderzoeker in het Living Lab. De overheid wil dat die problemen in de gebieden zelf worden aangepakt. Bij die gebiedsprocessen zijn veel onderwerpen en partijen betrokken. Sabine bestudeert dat ingewikkelde proces van samenwerking. Ze liet weten dat zij hier in het gebied graag haar bijdrage levert aan goede samenwerking en ze nodigde alle aanwezigen uit deel te nemen aan de inspiratiemiddag op 2 maart in de Holthurnse Hof.

 

Rosa Boone gasmeting liggend

Foto: Rosa Boone doet een meting van bodemgassen in het veld.

 

Foto bij introtekst: Het publiek bij de presentatie van de eerste resultaten van Living Lab Ooijpolder-Groesbeek in de Hazelaarshof in Kekerdom.

 

Dit is een bericht van Living Lab Ooijpolder – Groesbeek
De onderzoekers van Living Lab brengen in kaart wat de belangrijke succesfactoren waren voor biodiversiteitsherstel en wat we daarvan kunnen leren voor de Ooijpolder zelf en de rest van Nederland. Ook gaan de onderzoekers samen met de betrokken partijen in het gebied op zoek naar nieuwe verdienmodellen en samenwerkingsverbanden zodat de bestaande successen bestendigd en uitgebreid kunnen worden. De vier promovendi zijn:

Robin Lexmond: Biodiversiteit boven de grond
Rosa Boone: Biodiversiteit onder de grond
Bibbi Witvliet: Voorwaarden voor biodiverse landbouw
Sabine Baumgarten: Vruchtbare samenwerking

Kijk voor meer informatie over Living Lab op de website van de Radboud Universiteit.

 

Nieuwsbrief Biodiversiteit