Samen voor biodiversiteit

Op een digitale netwerkbijeenkomst van Living Lab Ooijpolder-Groesbeek gingen 36 deelnemers van 17 organisaties in gesprek over biodiversiteitsherstel en samenwerking.

In het circa twee uur durende programma werden projecten en ideeën letterlijk en figuurlijk op de kaart gezet. De meeste ideeën gaan over natuurinclusieve landbouw. Wethouder Annelies Visser sprak het welkomstwoord uit en benadrukte de noodzaak en urgentie van biodiversiteitsherstel. Professor Noëlle Aarts lichtte vervolgens het onderzoek van Living Lab toe. Daarna werd op een interactieve manier in kaart gebracht welke projecten, initiatieven, plannen en ideeën de deelnemers hadden en gingen ze met elkaar in gesprek over vijf thema’s. Van de resultaten van die uitwisseling wordt in dit bericht een samenvatting gegeven. Lees hier de flyer van Living Lab Ooijpolder-Groesbeek.

 

Toekomstperspectief natuurinclusieve landbouw

Uit de gesprekken werd duidelijk dat de transitie naar natuurinclusieve landbouw vooral maatwerk vereist. De potentiële mate van natuurinclusiviteit hangt volgens de deelnemende ondernemers sterk af van zowel het karakter en de geschiedenis van het bedrijf alsook van de individuele bedrijfsvoering. De agrarische ondernemers in het gebied werken ieder op eigen wijze aan biodiversiteitsherstel en moeten hun rol als ondernemer en landschapsbeheerder goed afwegen. Tot nu toe lag de focus voornamelijk op economische aspecten en grootschaligheid. De stap van gangbare landbouw naar natuurinclusieve landbouw wordt dan ook als bijzonder groot ervaren en is verbonden met risico’s. Lange-termijn verdienmodellen vormen daarom een cruciaal onderdeel van een duurzaam toekomstperspectief. Dit moet volgens de agrarische ondernemers gepaard gaan met een nieuwe waardering (framing) van de landbouw waarbij het leveren van maatschappelijke diensten als apart product naast het leveren van gezonde, duurzame en goede voedsel komt te staan.

Nieuwe vormen van financiering

Ondanks veel ondersteuning vanuit de overheid blijft het voor agrarisch ondernemers lastig om het verschil in opbrengsten te compenseren dat bij de omschakeling naar een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering wordt ervaren. Naast de huidige adviestrajecten vanuit de overheid is er veel behoefte aan laagdrempelige financieringsmogelijkheden om concrete stappen richting natuurinclusieve landbouw te kunnen zetten. Voor een meer extensieve bedrijfsvoering is in veel gevallen meer grond nodig. Landbouwgrond is echter schaars, duur en in toenemende mate gefragmenteerd. Financieringsregelingen zouden hierop moeten inspelen. In het onderzoek vanuit het Living Lab wordt o.a. bestudeerd hoe de financieringsregelingen uit het verleden hebben uitgepakt en welke regelingen kansrijk zijn om de transitie naar een natuurinclusieve landbouw te bevorderen.

Korte ketens en de rol van de consument

De transitie naar natuurinclusieve en duurzame landbouw is een opgave voor de gehele keten, van producent tot afnemer, van boer tot consument. Veel ondernemers die wel willen omschakelen zitten klem in het huidige voedselsysteem van ‘lange ketens’ dat met name gericht is op de wereldmarkt én op kosten-efficiënte grootschalige productie. Het model van ‘korte ketens’ biedt volgens de deelnemers een kansrijk alternatief. In een korte keten wordt een rechtstreeks band gelegd tussen producent en consument en worden tussenpartijen (tussenhandelaren, verwerkers etc.) zo veel mogelijk vermeden. Dit zou tot meer transparantie, eerlijkere prijzen en meer waardering voor de boer kunnen leiden. Tegelijkertijd wordt er een verbinding gelegd tussen leefomgeving en duurzaam en gezond voedsel. De overstap naar korte ketens vergt goede ondersteuning en speelruimte op het vlak van bedrijfsverduurzaming. Sommige van de deelnemende organisaties zijn hier al volop mee bezig. Zij zien veel kansen voor de afzet van natuurinclusieve streekproducten in de regio en voor het ontwikkelen van een lokaal of regionaal voedselnetwerk. Om de combinatie van biodiversiteit, korte ketens en economische meerwaarde verder te verkennen ontstond het idee om een werkgroep met geïnteresseerde partijen rondom dit thema op te richten.

Samenwerken in een complexe context

Biodiversiteitsherstel wordt in het algemeen als een complexe opgave ervaren die talrijke sectoren raakt en allerlei schaalniveaus doordringt. De geformuleerde beleidsdoelstellingen en -ambities hebben bijvoorbeeld een hoog abstractieniveau en de vertaalslag naar de praktijk in het gebied is voor betrokken overheidsinstanties vaak een uitdaging. Afwegingen tussen de verschillende portefeuilles zijn ingewikkeld en vallen niet altijd even goed bij de burgers. De diversiteit aan betrokken partijen en hun ambities wordt als grote kracht ervaren die veel in beweging kan zetten, maar die beweging ook juist tegen kan houden. De behoefte om in te zetten op diversiteit gaat dan ook samen met de vraag hoe je binnen deze complexe opgave met z’n allen effectief en efficiënt samen kunt werken en tot concrete resultaten kunt komen. Dezelfde vraag speelt ook bij de vele initiatiefnemers en organisaties die in de regio actief zijn. Hoe kun je de veelkleurigheid en verscheidenheid aan projecten, identiteiten en perspectieven respecteren en tegelijkertijd de krachten bundelen? Er is belangstelling voor meer verbinding: tussen de verschillende partijen onderling, tussen stad en platteland, tussen boer en burger, tussen jong en oud. Bestaande netwerken zouden verder kunnen worden uitgebouwd of op slimme manieren met elkaar kunnen worden verbonden. Ook is er behoefte om een gezamenlijk toekomstperspectief voor de regio te ontwikkelen en samen op te kunnen trekken richting politiek en beleid. Vanuit het Living Lab wordt o.a. middels een netwerkanalyse onderzoek gedaan naar de huidige samenwerking in het gebied en naar manieren om de samenwerking verder te bevorderen. De netwerkbijeenkomst heeft hiervoor eerste inzichten geleverd.

Meten van biodiversiteit

Bij agrarische ondernemers spelen er veel vragen rondom het effect van maatregelen die gericht zijn op biodiversiteitsherstel. Hoe verhoudt de productiviteit van de bodem zich bijvoorbeeld tot biodiversiteit? En wat dragen natuurinclusieve maatregelen daadwerkelijk bij aan de (functionele) biodiversiteit op het boerenerf, de percelen of in de regio? Om het positieve effect van een natuurinclusieve bedrijfsvoering aan te kunnen tonen hebben de ondernemers behoefte aan wetenschappelijke onderbouwing. Zij nemen immers risico’s als ze hun bedrijfsvoering veranderen en ‘harde cijfers’ kunnen ondernemers helpen deze goed in beeld te krijgen en te beheersen. In het onderzoek vanuit het Living Lab wordt onder andere onderzocht in hoeverre de effecten van maatregelen op de bovengrondse biodiversiteit verschillen per landschapstype. Met de informatie uit dit onderzoek kan worden ingeschat wat de beste maatregelen zijn in verschillende omgevingen. In een tweede ecologisch onderzoek zal bestudeerd worden wat verhoogde biodiversiteit in de bodem kan betekenen voor de landbouw. De monitoring van biodiversiteit kan op veel verschillende manieren worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door vegetatieopnames, het inzetten van vallen en camera’s of bodemonderzoek. Naast het bodemleven kwam ook de monitoring van planten, insecten, vogels en vleermuizen aan bod. Wat betreft de uitvoering liggen er mooie kansen voor samenwerking met geïnteresseerde agrariërs, jeugdorganisaties en de vele deskundige vrijwilligers in het gebied.

 

ideeenkaart living lab

Screenshot van de kaart met ideeën die deelnemers inbrachten tijdens de digitale bijeenkomst.

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen naar aanleiding van dit bericht? Neem contact op met: Huub Ploegmakers (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) of Sabine Baumgarten (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)

Dit is een bericht van Living Lab Ooijpolder-Groesbeek

Nieuwsbrief Biodiversiteit